Programma’s LvDO en NME krijgen vervolg!

Positief nieuws uit de Tweede Kamer: Het meerjarenprogramma Leren voor Duurzame Ontwikkeling krijgt nog een jaar extra om de kennis en interbestuurlijke afspraken waaraan het programma al drie jaren werkt, voldoende te borgen. Roel van Raaij, secretaris van de Regiegroep LvDO-NME en beleidsmedewerker bij het ministerie van EL&I, geeft een toelichting.

Op basis van onder meer het advies van de Regiegroep NME/LvDO en met positieve signalen vanuit de Tweede Kamer zegden staatssecretaris Bleker van EL&I en staatssecretaris Atsma van I&M toe een overgangsjaar in te stellen. In 2012 zullen LvDO en NME – in gecombineerde vorm – doorgaan en zich voorbereiden op de jaren daarna.

Een goede landing is noodzakelijk
'De afgelopen jaren is de beweging die LvDO en NME in gang hebben gezet goed zichtbaar geworden', vertelt Van Raaij. 'Maar we zijn nog niet klaar: er is meer tijd nodig voor verdere ontwikkeling en kennisdeling en om de bereikte doelen te borgen'. Ook de interbestuurlijke afspraken tussen de overheden die tot stand kwamen in het kader van de programma’s maken volgens Van Raaij een zorgvuldig vervolgtraject noodzakelijk om goed te kunnen landen, zeker nu er meer decentralisatie van Rijkstaken plaatsvindt.

Vier motieven
In een brief aan de Tweede Kamer liet staatssecretaris Bleker (EL&I), mede namens staatssecretaris Atsma (I&M) op 18 april 2011 weten wat volgens hem het belang is van natuur- en milieueducatie. Daarvoor draagt hij vier motieven aan. Zo schrijft hij dat in de transitie naar een groene economie – een van de doelstellingen van de huidige regering – specifieke competenties noodzakelijk zijn. Ook moeten partijen in de samenleving de competentie ontwikkelen zelf keuzes te kunnen maken voor initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Gevoeld eigenaarschap en verantwoordelijkheid spelen daarbij een grote rol.
Voor duurzame initiatieven en duurzaamheidsbeleid van de overheid is maatschappelijk draagvlak nodig, dat is een derde argument. Ten slotte heeft Nederland internationale afspraken op het gebied van educatie, bijvoorbeeld in het biodiversiteitsbeleid of het klimaatbeleid.

Doorgang
Volgens de staatssecretarissen bestaat het belang van LvDO en NME uit de wijze waarop de programma’s invulling geven aan deze vier motieven. Van Raaij: 'Alle politieke partijen hebben op basis van deze brief in het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer het belang van LvDO en NME onderschreven. Overigens met verschillende motieven en accenten.' Mede daarom besloot de regering 2012 als overgangsjaar in te stellen om beide programma’s goed te laten landen en te zoeken naar een nieuwe vorm om ze – ook ná 2012 – een vervolg te geven.

Gecombineerd programma
'LvDO en NME moeten – als gecombineerd programma – nog beter aansluiten bij de actualiteit in beleid en samenleving en vraaggericht te werk gaan.' De nadruk ligt volgens Van Raaij in 2012 met name op de Communities of Practice (CoP), de ontsluiting van kennis via ICT-toepassingen en de verkenning van nieuwe (bestuurlijke) samenwerkingsovereenkomsten. 'Er gaan minder nieuwe projecten van start want de aandacht ligt bij kennisdelen en verankeren. Maar ecologische geletterdheid en goed leiderschap blijven onverminderd kernwaarden die hoog in het vaandel staan.'

Het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling is een gezamenlijk initiatief van de ministeries van EL&I, I&M, OCW, AZ en BuZa/OS, de provincies en waterschappen. Het programmabureau Leren voor Duurzame Ontwikkeling is ondergebracht bij Agentschap NL

Programmabureau LvDO
Croeselaan 15
Postbus 8242
3503 RE Utrecht
Tel: 088 602 72 10
info@lerenvoorduurzameontwikkeling.nl